Hoera, Nederland wordt hygienisch

Als kind was ik, zoals mijn moeder het treffend verwoordde, "vies uitgevallen". Die omschrijving sloeg niet op een bemodderd uiterlijk als gevolg van slootje springen in de weilanden die aan mijn geboortehuis Heemstedestraat/hoek Westlandgracht grensden en die de grens tussen stedelijk Amsterdam en het platteland markeerden. Nee, ik was overdreven beducht voor andermans afvalstoffen, als u begrijpt wat ik bedoel. Voorbeeldje: Als ik thee dronk, legde ik na elke slok beschermend mijn hand over het kopje om te voorkomen dat eventuele consumptie van degene met wie ik in gesprek was in mijn Engelse melange terecht zou komen.

Verder verging mij de trek als ik zag dat de moeder van een vriendje tijdens het smeren van boterhammen telkens haar met boter of jam besmeurde vingers stond af te likken. Gatverdamme, wat vond ik dat smerig! Gelukkig heeft die hygiënedrang niet de overhand gekregen. Nou ja, ik herinner mij dat ik als volwassen man in een Chinees restaurant te Lelystad de menukaart zat door te nemen, toen ik zag dat de kok een niet ver van de eetzaal gepositioneerd toilet binnenging. Het duurde vrij lang voordat hij er weer uitkwam, waarna ik de menukaart op tafel legde en het restaurant schielijk verliet. Ja, ik weet het, zelfs de koningin moet naar de wc, maar ik kon op dat moment de behoefte van de kok niet helemaal scheiden van wat even later op mijn tafel zou worden gezet.

Die restaurantanekdote is niet exemplarisch voor mijn gedrag. Ik heb me aangepast aan de normen die nu eenmaal in de samenleving gelden. Het kost me wel eens moeite, maar ik wil niet als een dwangneuroot door het leven gaan. Daarom loop ik vaak niet eens meer de winkel uit als een vriendelijke verkoopster duim en wijsvinger bevochtigt om een plastic tasje van de rol los te weken. Ik onderdruk dan een gevoel van walging, behalve als het bij de bakker is, want dan lust ik dat brood echt niet meer.

De Mexicaanse griep dwingt ons tot een vorm van preventie die wat mij betreft vooral illustreert wat een vies volkje wij eigenlijk zijn. Van mijn werkgever, die heel serieus met het probleem omgaat, ontving ik een brief waarin een reeks van maatregelen wordt aangekondigd, variërend van het plaatsen van afvalemmers met sensor, waardoor de deksels automatisch open en dicht gaan, tot het plaatsen van speciale desinfecterende hand gels op strategische plekken in het hoofdkantoor. Er zijn ook dozen met tissues verspreid om op de werkplekken te worden gebruikt bij niezen, hoesten e.d. Na gebruik kunnen de tissues in de prullenbak, schrijft mijn werkgever. Dat je dat nog moet uitleggen!

Wat mij betreft hadden we dergelijke maatregelen ook zonder griepdreiging mogen nemen, maar ik ben zoals u inmiddels weet vies uitgevallen. Ik kijk bijvoorbeeld met verbijstering naar petjesprimaten die om de vijf meter een kwat op straat spugen en die nou nooit eens door oom agent worden aangesproken, laat staan door toevallig passerende burgers met een hang naar sociale controle. Die kijken wel uit, want als ze ook maar iets tegen zo´n pet zeggen kunnen ze de pleuris krijgen in plaats van de Mexicaanse griep. Uit ervaring weet ik dat verrassend veel Nederlanders niet na elk toiletbezoek hun handen wassen. Gisteren haalde ik in het dromerig stille Laage Zwaluwe mijn echtgenote en mijn jongste dochter op na een georganiseerd weekje Engeland, zoals u weet het Mexico van Europa. Een deel van het reisgezelschap praatte nog even na onder het genot van een koffietafel in restaurant De Witte Zwaan. Echtgenote en dochterlief namen afscheid van hun reisgenoten. Eenmaal in de auto vertelden zij dat een van de dames mijn echtgenote hartelijk de hand had gedrukt en zich toen had verontschuldigd, omdat zij nog even haar handen moest wassen. Ze was namelijk vrijwel letterlijk van de pot gerukt!

Ik wierp een vies uitgevallen blik in de binnenspiegel, maar mijn echtgenote stak glimlachend haar handen op. Extra goed afgeboend nadat de hartelijke dame haar plaats aan de koffietafel had ingenomen.