Knalfuif in De Galgenwaard

Betsy, de oudste van mijn twee honden, is panisch voor vuurwerk. Helaas loopt in de wijk waar ik woon een jongetje rond dat over een schier onuitputtelijke voorraad bommen lijkt te beschikken. Geen rotjes, geen gillende keukenmeiden, maar het professionele knalwerk waarvan het geluid met gekmakende regelmaat de zompige herfststilte verscheurt. Het is net alsof we in een oorlogsgebied wonen waar een broos bestand is gesloten dat nu en dan met een losse flodder wordt doorbroken. De bommenjongen heeft een feilloos gevoel voor de momenten waarop ik mijn honden uitlaat. Solo, de jongste en de grootste, is voor alles bang. Als we 's avonds door het tuinhek naar buiten stappen, begint hij voor alle zekerheid vervaarlijk te blaffen, ook al is er letterlijk geen hond in de buurt. Vuurwerk doet hem echter niets.

 

Betsy daarentegen is de stabiliteit zelve. Als Solo weer eens in het luchtledige loopt te blaffen, trippelt zij onverstoorbaar verder. Maar zelfs het truttigste rotje doet haar kordaat besluiten dat het tijd is om op huis aan te gaan. Dat is natuurlijk vervelend, want net als een mens heeft een hond zo zijn behoeften. Hondenbezitters kennen ongetwijfeld het gelukzalige gevoel als hun viervoeter het boodschappenlijstje heeft afgewerkt en de kille avondlucht kan worden ingeruild voor een plekje bij de warme kachel. Ik romantiseer, want ik heb helemaal geen kachel, nou ja een nep open haardje dat met brandende kaarsen aan een knusse sfeer moet bijdragen. Dat bommenwerpertje kan mij tot een staat van razernij brengen. U moet dat zo zien. Betsy begint al snuffelend aanstalten te maken om de grote boodschaphouding aan te nemen. Nog even en haar rug zal zich krommen waarna het voor haar 'bommen los' zal zijn. Net op het moment dat ze door haar achterpoten zakt, klinkt een enorme knal. Einde oefening. Geen land meer mee te bezeilen. Terug naar af en uren wachten tot de bommenjongen eindelijk in zijn nest ligt en Betsy alsnog onbedreigd het struikgewas kan opzoeken.

Ik vraag mij vaak af waarom dat knaapje ongehinderd met zijn munitie door de wijk kan trekken. De politie neem ik niets kwalijk, die heeft wel andere dingen aan het hoofd. Maar zijn er geen buurtbewoners die zo'n knul even aanspreken? Of liever nog zijn ouders? En wie zijn die ouders eigenlijk? Zien ze nooit dat hun zoontje met een zak vol ja wist ik het maar de straat op gaat? En gelden in huize Bommel dermate soepele tijden van komen en gaan dat zoonlief door de week gewoon om half elf nog door de wijk kan slierten?

Nu goed, vandaag kon ik met Betsy precies tussen de bommen door laveren. Het gaf mij een gevoel van triomf. Thuisgekomen zette ik de televisie aan om naar FC Utrecht - Ajax te kijken. Het gevoel van triomf verdween als sneeuw voor de zon. Wat een afgang! Voor Ajax, bedoel ik. Betsy vleide zich aan mijn voeten. Misschien voelde ze aan dat Ajax een wanprestatie aan het leveren was en wilde ze mij troost schenken, want zo'n lieverd is zij wel. Opeens klonk uit mijn televisietoestel een knal die het door de wijkbommenwerper geproduceerde geluid tot een fluistering reduceerde. De commentator meldde dat zojuist in het vak van de Ajax supporters een vuurwerkbom was afgestoken. Niet lang daarna werd een tweede projectiel tot ontploffing gebracht. Volgens de commentator ging een en ander met het nodige risico voor toeschouwers in belendende vakken gepaard. Weer kon ik er met mijn verstand niet bij. Voetbalsupporters worden bij de ingang naar hun vak gefouilleerd. Supporters van de tegenpartij, die begeleid naar het stadion gaan, worden uiteraard nog scherper onder de loep genomen dan die van de thuisclub. En als het om FC Utrecht - Ajax gaat, staan alle zintuigen van de ordehandhavers op scherp. Maar evenzogoed slagen de bommenleggers van Ajax er in een knalfuif te organiseren in De Galgenwaard.

Hoe doen ze dat? Hoe omzeilen ze gepokte en gemazelde wetshandhavers? En dat elke keer weer? Om het met Louis van Gaal te zeggen: Zijn die ordedienaren nou zo dom of zijn die vuurwerksupporters zo slim?

Of ben ik gewoon een zeurpiet?