Toen de wolken weken

We waren aan de vroege kant voor de stille tocht. Het parkeerterrein van Almere City FC stroomde langzaam vol. Wij stelden ons niet ver van het podium op. "Ik had toch een paraplu moeten meenemen," zei mijn echtgenote, wier gelaat vrijwel geheel schuil ging onder een druipend hoedje. Ik voelde het vocht dat door mijn stetson sijpelde. Achter ons stond een groepje in trainingsjacks van SC Buitenboys gehulde kinderen te kleumen. Nergens klonk een onvertogen woord.

De regen dreef de steeds dichter wordende mensenmassa bijeen. Een zee van paraplu's torende boven de menigte uit. Ik keek naar de lucht. Inktzwart. Af en toe verscheen iemand van de techniek op het podium. Het stugge tentdoek dat de sprekers tegen de elementen moest beschermen klapperde hier en daar. Uit de luidsprekers klonk Baas B die rapte over zinloos geweld. Nog drie kwartier tot de plechtigheid zou beginnen.

 

Een paar minuten voor vijf keek ik weer omhoog. Ik stootte een collega-raadslid aan. "Kijk nou eens Ton." Hij zwiepte met zijn paraplu en ik voelde een balein langs mijn voorhoofd schampen. Hoog boven ons brak een blauw stukje hemel door de wolken. Het werd groter en groter tot het als een beschermende deken de hele parkeerplaats omspande. Het blauw lag ingeklemd tussen tijdelijk verdreven regenwolken. Het leek wel een schilderij, een oase aan het zwerk.

De toespraken waren indrukwekkend. Toen Alain, de zoon van Richard Nieuwenhuizen, aan het woord was, hield vrijwel niemand het droog. Kracht en ontreddering in de persoon van een vijftienjarige die 12.000 mensen toespreekt. Nadat gezegd was wat gezegd moest worden, kondigde Elsemiek Havinga het begin van de stille tocht naar het complex van SC Buitenboys aan. Het was even passen en meten om langs de dranghekken te komen, maar niemand duwde of drong voor.

De stoet was onafzienbaar. De sfeer was bedrukt, maar op een of andere manier ook vastberaden. Niemand had een oplossing. Iedereen wist dat het zo niet verder kan. Ik keek om mij heen en zag een staalkaart van de Almeerse samenleving. Jong en oud, autochtoon allochtoon, allen verenigd in een vanzelfsprekende uiting van gemeenschapszin. De kinderen gedroegen zich voorbeeldig. Later las ik dat er drie met onderkoelingsverschijnselen uit de stoet waren gehaald. Ach, kinderen kunnen veel hebben.

Aan het eind van de tocht, toen we binnen het bereik van de lichtmasten op het complex van Buitenboys waren gekomen, begon het weer te regenen. De time out van het noodweer was voorbij. We kregen een roos aangereikt die we neerlegden op hetzelfde veld waar Richard Nieuwenhuizen nietsvermoedend van een lekker voetbaldagje genoot. Tot de kortsluiting plaatsvond die 12.000 mensen op een inktzwarte winterzondag naar die parkeerplaats dreef.